Andere artikelen

C Therapeutisch proces

C.1 Modaliteiten voor de fysiotherapeutische interventies

C.1.1 Educatie

C.1.1.1 Motivatie om gedrag te veranderen

C.1.1.2 Therapietrouw op lange termijn

C.1.1.3 Scholing in zelfmanagement voor therapeut en patiënt

C.1.2 Functietraining

C.1.3 Vaardigheidstraining

C.1.3.1 Optimalisatie van het motorisch leren

C.1.3.2 Actieobservatie en mentale verbeelding

C.1.3.3 Aanwijzingen en feedback

C.1.4 Strategietraining

C.2 Fysiotherapeutische interventies naar behandelmodaliteit

C.2.1 Conventionele fysiotherapie (functietraining)

C.2.1.1 Invulling van de training

C.2.1.2 Individueel trainen of in een groep

C.2.1.3 Intensiteit van de training

C.2.1.4 Begeleiding en therapietrouw

C.2.1.5 Veiligheid

C.2.2 Cueing (strategietraining)

C.2.2.1 Waarom cues en aandachtsstrategieën?

C.2.2.2 Keuze van de juiste cue

C.2.2.3 Cueingfrequentie

C.2.3 Dans (functietraining)

C.2.4 Dubbeltaaktraining (vaardigheidstraining)

C.2.5 Loopbandtraining (functietraining)

C.2.6 Strategieën voor complexe bewegingen (strategietraining)

C.2.7 Tai chi (functietraining)

C.2.8 Trainen van arm- en handvaardigheid (functietraining en vaardigheidstraining)

C.2.9 Triggerpointmassage (functietraining)

C.2.10 Trilplaattraining (functietraining)

C.3 Overige interventies

C.3.1 Verminderen van de ervaren pijn

C.3.2 Verminderen van ademhalingsproblemen

C.4 Algemene overwegingen bij de behandeling

C.4.1 Behandellocatie en behandelmoment

C.4.2 Mentale stoornissen

C.4.3 Gebruik van e-health

C.5 Evaluatie

C.5.1 Communicatie

C.5.2 Zorgcontinuüm

C.6 Fysiotherapie tijdens de late fase van de ziekte

C.2.2.1 Waarom cues en aandachtsstrategieën?

De disfunctie van de basale ganglia belemmert de interne aansturing die nodig is voor het timen en doseren van automatische en herhaalde bewegingen. Externe cues en aandachtsstrategieën kunnen gebruikt worden ter compensatie van deze verminderde interne aansturing. Externe cues worden omschreven als temporele of spatiële externe prikkels die in verband worden gebracht met de initiatie en voortzetting van een motorische activiteit (lopen).102 De cues kunnen visueel zijn, gericht op het bewerkstelligen van een bewegingsuitslag, of auditief of tactiel (al wordt deze laatste vorm maar sporadisch toegepast), gericht op het bewerkstelligen van een ritme.453

Bij het gebruik van cues wordt voor het aansturen van de bewegingen een groter beroep gedaan op de premotorische en pariëtale schors en de kleine hersenen.454 In de gevorderde stadia van de ziekte van Parkinson zullen ook de aandacht en executieve functies beperkt zijn, en kunnen deze het gebrek aan automatisering bij het lopen niet meer compenseren.162 Ook dan kunnen cues uitkomst bieden. Ze kunnen dan namelijk helpen om gericht de aandacht op iets te vestigen, zodat de patiënt daarvoor minder afhankelijk wordt van de interne aansturing.455,456

Vooral bij het uitvoeren van complexere taken kunnen cues handig zijn om de aandacht op een specifieke bezigheid te richten. Ze kunnen daarom gebruikt worden om de aandacht bij het lopen te houden.453 Op deze manier kunnen auditieve cues zelfs tijdens het uitvoeren van dubbeltaken het lopen verbeteren.457,458 Niet alle patiënten hebben echter baat bij cueing. Het is nog niet duidelijk vastgesteld welke patiënten wel en welke niet profiteren van cueingstrategieën. Of een patiënt baat heeft bij cues zal al na een enkele trainingssessie duidelijk worden. Zelfs bij patiënten met een lichte cognitieve beperking, kan cueing helpen om de loopsnelheid en schredelengte te verbeteren.

Niet alleen wanneer het lopen als enige taak wordt uitgevoerd, maar ook bij het lopen als onderdeel van dubbeltaken kan cueing behulpzaam zijn.459 Aandachtsstrategieën staan los van cueing. Deze komen namelijk vanuit de patiënt zelf en zorgen voor een interne focus op de beweging die wordt uitgevoerd. Bij aandachtsstrategieën worden de executieve processen aangesproken, waarbij prefrontale en frontale banen worden gebruikt. Daarom doen ze wellicht een groter beroep op de aandacht van de patiënt dan de strategieën die van buitenaf komen.460

In veel gevallen wordt een combinatie van aandachtsstrategieën en cueing gebruikt. Zowel aandachtsstrategieën als cueing kunnen eenmalig worden toegepast, om de beweging in gang te zetten, maar ook continu, om freezing tijdens het bewegen te voorkomen. Ook tijdens functietraining kunnen cues zinvol zijn. Ze kunnen dan gebruikt worden om de kwaliteit van de beweging te verbeteren.

Aantal keren bekeken: : 3193